Grapefruit

Ligt er een stevige, fris-geurende grapefruit in je Fruitbox? Mooi, want dit is een vrucht die je zelden in de spotlight ziet, terwijl hij juist heel veelzijdig is. Van een simpele halve grapefruit bij het ontbijt tot een verrassend hoofdgerecht: in dit artikel laten we zien wat je er allemaal mee kunt maken, en hoe je ervoor zorgt dat er niets van verloren gaat.

Wat is grapefruit?

Grapefruit is een citrusvrucht die ontstond uit een kruising tussen pompelmoes en sinaasappel. De schil is meestal geel tot lichtroze, en het vruchtvlees varieert van bleekgeel tot diep robijnrood, afhankelijk van de variëteit. Hoe roder het vruchtvlees, hoe zoeter de grapefruit vaak smaakt; de gelere soorten hebben doorgaans een uitgesprokener bittere toon. De frisse, licht bittere smaak maakt grapefruit heel geschikt om te combineren met zoet (honing, granaatappel), hartig (vis, avocado) of romig (yoghurt, kwark). Je eet 'm puur met een lepeltje, perst 'm uit voor sap, of verwerkt de partjes door een salade.

Zo bewaar je grapefruit

  • Op kamertemperatuur: een hele grapefruit blijft buiten de koelkast al zo'n week goed, mits koel en donker bewaard.
  • In de koelkast: wil je 'm langer bewaren, leg 'm dan in de groentela; daar blijft hij tot 3-4 weken vers.
  • Aangesneden: bewaar een halve grapefruit met de snijkant naar beneden op een bordje, of in plastic folie, in de koelkast en gebruik 'm binnen 2-3 dagen.
  • Uitgeperst sap: vers sap kun je 1-2 dagen afgedekt in de koelkast bewaren, of invriezen in ijsblokjesvorm voor latere smoothies.